
De
Heiligen
Met de heiligen ging men in de
Kempen (België) vertrouwelijk om. Zo waren er weerheiligen, waarvan de ijsheiligen bij iedereen nog steeds het
bekendste zijn. Hun gedenkdagen bepaalden de kalender op het land. Kennis van
het weer is heel belangrijk voor de boer en werd op deze manier vastgelegd en
onthouden. En dan zijn er in
grote getale de patroonheiligen, zoals Sint-Joris
en Sint-Sebastiaan. Gilden, verenigingen en kerken
werden aan hen toegewijd. Maar de belangrijkste waren toch de
beschermheiligen die bescherming boden. Het leven op de zandgronden
was hard en een beetje hulp kon men wel gebruiken. Dat de veeheiligen, zoals Sint-Antonius abt en Sint-Cornelius populair waren laat zich raden. Aan een ver verleden herinneren ons
de bronheiligen: Willibrordus en Servatius. Nog tal van putten en bronnen zijn naar hen
genoemd. Er zijn olieheiligen, waarvan
we wonderbaarlijke olie mogen verwachten. Sint-Tillo
en Sint-John zijn een van de olieheiligen. Wilgefortis (vr) 20 juli en Galla 5 okt. Paula v. Avila 20
febr. zijn een van de baardheiligen. Dan zijn er brugheiligen,
die iets met bruggen van doen hebben, of bruggenbouwers zijn. Er zijn pilaarheiligen, kluizenaars,
woestijnheiligen, schutspatronen die een land of een stad voor hun
rekening nemen. Dan hebben we de noodhelpers
en de cefaloren. Heiligen die de marteldood
gestorven zijn worden vaak afgebeeld met een martelaarspalm in hun
hand.
Telmus Martelaar
(via
Lat. martyr, v. Gr. martus:
= getuige). In het christelijk
spraakgebruik iemand die omwille van zijn geloof lichamelijke kwellingen
heeft verduurd of zijn leven heeft gegeven. Gedurende de christenvervolgingen
in het Romeinse Rijk werd martelaar de bijzondere eretitel
voor degenen die hun trouw aan het christelijk
geloof met hun dood bezegelden. Martelaarsakten zijn de in de rechterlijke
archieven bewaarde processtukken. Werden zij bewerkt tot voorlezing en
stichting, dan heten zij passiones. Er zijn
omvangrijke uitgaven van Martelaarskalenders of martyrologia geven de gedachtenisdata, de
sterfdagen van de martelaren aan. Keizer Diocletianus
spande de kroon in het martelen en ter dood brengen van christenen. Hier
onder enkele heiligen die door hem gemarteld en ter dood gebracht zijn op de
meest gruwelijke manier: Januari martelaren: Basilissa, Antony, Anastasius, Fabian, Agnes Sebastianus. Februari martelaren: Dorothea, Chrysolius. April martelaren: Sint-Joris. Mei martelaren: Florianus, Pancratius. Juni martelaren: Telmus, Vitus, Albanis van Engeland. Juli martelaren: Zoë, Margaretha, Beatrix. Augustus martelaren: Philomena, Susanna van Rome, Cassianus, Felix, Adauctus. September martelaren: Januarius, Cosmas en Damiaan. Oktober martelaren: Faustus, Januarius, Martial. December martelaren: Eulalia, Lucia. Keizer Decius
kon er ook wat van, duizenden christenen had hij op zijn geweten, hier
enkele namen: Fabianus, Agatha, Terentuel,
de Zevenslapers, Cornelius, Achatus,
Abdon, Sennen, enz. Andere
fanatieke christenvervolgers zijn: keizer
Septinus - keizer Licinius
- keizer Antonius – keizer
Simplicius - keizer Trajanus - keizer Maximian – keizer
Hadrianus - keizer Nero - keizer Constantiopel.
Bénezet
een van de brugheiligen Als brugheiligen werden
vooral vereerd: Sint-Nicolaas 6 December,
Christopher 24 Juli, Petrus 29 Juni,
Bénezet 14 April, Swithan
15 Juli, later ook Johannes
van Nepomuk 16 Mei. Als olie heiligen vereren
we: Demetrius van Thessalonika 29 Oktober, Walburgis 25 Januari, Sint-Tillo 7 Januari, Stylieten of pilaarheiligen zijn o.a. Simeon 5 Januari, Alypius
26 November, Simon de jongere 24 Mei.
Dionysius Cefaloforen(V.
Gr. Kephalè = hoofd, pheroo
= dragen, letterlijk:
hoofddragers). Heiligen van wie de
legende vertelt dat zij zich na hun onthoofding hebben opgericht en hun
afgehouwen hoofd hebben opgenomen om het naar een
bepaalde plaats, kapel, kerk of grafstee te dragen. De legende heeft dit
van meer dan 50 heilige opgetekend. De
bekendste onder hen is Dionysius, de eerste
bisschop van Parijs (Sint-Denis); in twee levens van hem, uit de 9de
eeuw, wordt van deze
zgn. cefaloforie melding gemaakt. Een beeld met
afgesneden hoofd dat zulk een heilige voorstelt, heet in de kunstgeschiedenis
Acefaal. Cefalofoor-heiligen zijn o.a.: Dionysius 9 Oktober, Chrysolius
7 Februari, Albanus
van Engeland 22 Juni, Albanus
van Mainz 21 Juni. Justus
van Beauvais 3 Juni. Regula van Zürich 11 September, Valeria
van Limoges 9 December.
Paulus van Thebe Woestijnheiligen of kluizenaars
zijn o.a: Macarius 2 Januari, Theodosius 11 Januari, Felix van Nola 14 Januari, Paulus van Thebe 15 Januari, Antonius Abt 17 Januari, Gerlachus van Valkenburg 19 Januari, Victor de kluizenaar 26 Februari, Romancus 28 Februari, Abraham Kidunis
16 Maart, Benedictus van Nursia 21 Maart, Cuthbert van Lindisfarne 22 Maart, Johannes van Climacus 30 Maart, Francis van Paola 2 April, Aybert van Crespin
7 April, Pachomius 14 April, Hospitius
21 Mei, Simeon van Trier 1 Juni, 7 heilige broeders 10 Juli, Benedictus 11 Juli, Alexius 17 Juli, Arsenius de Grote 19 Juli, Rosa van Lima 23 Augustus, Fiacrius 30 Augustus, Gilles Abbot 1 September, Johannes van Chrysostomus
13 September, Hiëronimus 30 September, Pelagia 8 Oktober. Dorothea van Montau 30 Oktober, Marcianus 2 November, Leonardus 6 November, Sabbas 6 December, Wivina 19 December.
Simeon Stylieten (v. Gr. stulos = zuil)
of pilaarheiligen
Benaming voor de kluizenaars die
vele jaren achtereen, zoveel mogelijk staande, op een hoge zuil een ascetisch
leven leidden van voortdurend gebed en strenge boetedoening. Deze vorm van
ascetisme vond betrekkelijk talrijke beoefenaars in het Oosten, vooral in Syrië en Mesopotamië; ook, maar minder in Egypte, Palestina, Klein-Azië en Griekenland. Stylieten stonden in hoog aanzien.
Het volk kwam naar hen toe om naar hun preken te luisteren of om hun raad te
vragen; soms bouwde men kloosters of kerken aan de voet van hun zuilen.
Sommigen van hen werden priester gewijd. Als initiator van deze levenswijze
geldt Simeon Stylites de
Oudere (gest.
459), die zich op een zuil terugtrok om zich tegen al te opdringerige
vereerders te beschermen. Onder zijn vermaardste
volgelingen worden genoemd: Daniël de Styliet (409-493), Simeon de Jongere (ca. 521-596), Alypius
(7de eeuw), Lucas (879-979) en Lazarus (968-1054). Het platform waarop zij verbleven,
kan ook wel
De
veertien noodhelpers
Noodhelpers
Heiligen die in tijden van nood
werden aangeroepen. Bekend is vooral de groep van de veertien
noodhelpers die te zamen
werden aangeroepen in tijden van algemene nood: Acacius
(of Achatius), Aegidius, Barbara, Blasius, Catharina van Alexandrië, Christophorus, Cyriacus, Dionysius van Parijs, Erasmus
(bisschop van Antiochië en martelaar), Eustachius, Georgius, Margaretha van Antiochië, Pantaleon en Vitus. De beroemdste bedevaartplaats van
de veertien noodhelpers werd in de 15de eeuw Vierzehnheiligen
in het aartsbisdom Bamberg.
MarcusDan zijn er patroonheiligen
die waken over een land of stad, hier enkele patroonheiligen: Goedele 8 Januari patroon van Brussel.
Vincentius 22 Januari patroon van
Portugal. Aldegundis 30 Januari patroon van Maubeuge en Emmerich. Brigitta 1 februari patroon van Ierland. Faustus en Jovita 15 Februari patronen van Brescia. Eleutherius 20 Februari patroon van
Doornik. Casimir 4 Maart patroon van Polen. Clemens 15 Maart patroon van Wenen. Patrick 17 Maart patroon van Ierland. Sint-Joris 23 April patroon van Engeland.
Marcus 25 April patroon van Venentië. Catharina van Siena 30 April patroon van Italië. Florianus 4 Mei patroon van Polen, Linz en Oostenrijk. Servatius 13 Mei patroon van Grimsbergen. Johannes van Nepomuk patroon van Polen
en Bohemen. Erik IX 18 Mei
patroon van Zweden. Ivo Helory
19 Mei patroon van Breagne.
Augustinus van Canterbury 27 Augustus patroon van Engeland. Germanus 28 Mei patroon van Parijs. Jeanne d'Arc 30 Mei
patroon van Frankrijk. Antonius van Padua 13 Juni patroon van Italië. Albanus van Mainz 21 Juni patroon van Namen. Adalbertus 25 Juni patroon van Egmond. Bavo 1 Oktober patroon van Gent en
Haarlem. Dionysius 9 Oktober patroon van Parijs
en Tilburg. Corbinianus 20 November patroon van Munchen. Andreas 30 November patroon van
Schotland en Rusland.
De
Hemel
|